Thuiswerken neemt in EU toe: Nederland loopt voorop met 51,9% adoptiegraad

Thuiswerken neemt in EU toe: Nederland loopt voorop met 51,9% adoptiegraad
Noris Soto
28 sep 2024, 13:41 P.M.
  • Op de voet gevolgd door Zweden (45,3%), IJsland (42,6%) en andere Scandinavische landen zoals Noorwegen en Finland.
  • In landen als Duitsland, Italië en Spanje is de acceptatie van werken op afstand daarentegen veel lager.
  • In Oost-Europa kampen landen als Roemenië en Bulgarije met grote obstakels.

Sinds de COVID-19-pandemie is thuiswerken in de Europese Unie (EU) flink toegenomen. Nederland is daarbij koploper op het gebied van telewerken.

Volgens Eurostat werkte in 2023 22% van de personen tussen 15 en 64 jaar in de EU op afstand. Dit is een teken van verandering in werkpatronen en benadrukt de verschillen tussen de lidstaten.

Uit gegevens blijkt dat van de 22% van de EU-thuiswerkers, 9% dit regelmatig deed en 13% af en toe.

Dit is een stijging van acht procentpunten ten opzichte van 2019, vóór de pandemie, wat de trend naar flexibele werkregelingen onderstreept.

Uit de statistieken blijkt dat er opmerkelijke verschillen bestaan tussen EU-landen.

Nederland staat op kop met een indrukwekkende 51,9% van de beroepsbevolking die op zijn minst parttime op afstand werkt.

Op de voet gevolgd door Zweden (45,3%), IJsland (42,6%) en andere Scandinavische landen zoals Noorwegen en Finland, die rond de 42% schommelen.

In landen als Duitsland, Italië en Spanje is de acceptatie van werken op afstand daarentegen veel lager: in Duitsland ligt dat percentage op 23,4% en in Italië en Spanje op minder dan 15%.

In Oost-Europa kampen landen als Roemenië en Bulgarije met grote uitdagingen: slechts 3% van de beroepsbevolking werkt op afstand.

Wat stimuleert de acceptatie van werken op afstand?

De acceptatie van werken op afstand wordt beïnvloed door verschillende factoren, waaronder de mate van tertiarisering en digitalisering binnen de economie van een land.

Tertiarisering verwijst naar de verschuiving van de primaire (landbouw) en secundaire (industrie) sectoren naar de dienstverlenende tertiaire sector, die doorgaans meer banen biedt die geschikt zijn voor telewerken.

Digitalisering speelt ook een cruciale rol: landen met geavanceerde technologische infrastructuren kunnen de overgang naar werken op afstand gemakkelijker maken.

In landen met een robuust technologisch kader zijn bedrijven eerder geneigd om beleid voor werken op afstand te implementeren, wat resulteert in hogere percentages telewerken.

De hoge mate van telewerken in Nederland en Zweden is te danken aan de progressieve arbeidswetgeving en de sterke nadruk op de balans tussen werk en privéleven.

Beide landen hebben een gunstig klimaat voor werken op afstand gecreëerd door middel van effectieve wetgeving en initiatieven op het gebied van gezondheidszorg die gericht zijn op het verbeteren van het welzijn van werknemers.

Deze focus zorgt er niet alleen voor dat de overgang naar telewerken soepeler verloopt, maar verhoogt ook de algemene tevredenheid en productiviteit op de werkplek.

Uitdagingen in Oost-Europa

Daarentegen brengen de lagere telewerkpercentages in Oost-Europa een aantal uitdagingen met zich mee.

Problemen zoals een onderontwikkelde digitale infrastructuur, een lagere mate van economische tertiarisering en culturele houdingen ten opzichte van werk kunnen de acceptatie van werken op afstand belemmeren.

In Roemenië en Bulgarije wordt de aanpassing van de werkwijze op de werkvloer nog verder bemoeilijkt door de beperkte toegang tot digitale middelen en het ontbreken van beleid dat telewerken bevordert.

Uit de gegevens van Eurostat blijkt dat de acceptatie van werken op afstand binnen de EU groeit, al verschilt de mate van betrokkenheid per lidstaat.

Deze toename van telewerken weerspiegelt de bredere maatschappelijke verschuivingen die de pandemie teweeg heeft gebracht. Tegelijkertijd benadrukt het de betekenis van economische structuren en infrastructuur voor het vormgeven van werkgedrag.

Naarmate landen zich aanpassen aan dit veranderende werklandschap, is inzicht in regionale verschillen van essentieel belang om gelijke toegang tot banen op afstand te garanderen.

De opkomst van telewerken brengt zowel uitdagingen als kansen met zich mee op de groeiende Europese arbeidsmarkt.