Waarom Europa’s energiekosten de euro verzwakken en de dollar versterken?

  • Energieschokken verzwakken de euro door de handelsbalans van Europa te verslechteren.
  • Olie rond $100 doet herinneringen aan de eurocrisis van 2022 herleven.
  • Markten zien nu risico's voor EUR/USD richting het $1.10–$1.12-bereik.

Eerder dit jaar handelde de euro korte tijd comfortabel boven $1.20.

Beleggers spraken optimistisch over Europa’s defensie-uitgavenplannen, omvangrijke infrastructuurprojecten en een zelfverzekerdere postpandemische opleving.

Dat optimisme verdampte bijna van de ene op de andere dag. De oorlog in het Midden-Oosten bracht één van de oudste kwetsbaarheden van de euro weer boven: energieafhankelijkheid.

Ruwe olie schoot richting $100 per vat, de aardgasprijzen piekten en de munt viel in enkele dagen terug naar ongeveer $1.15.

De episode herinnerde handelaren aan een harde waarheid die in rustigere markten makkelijk vergeten wordt — wanneer energieprijzen stijgen, bezwijkt de euro vaak als eerste.

Waarom treft energie de euro harder?

Energieschokken werken verschillend door in economieën, en voor Europa doen ze vooral pijn via de handelsbalans. De eurozone importeert het grootste deel van de olie en het gas dat ze verbruikt.

Wanneer de wereldwijde prijzen stijgen, moet de regio meer euro’s verkopen om dollars te kopen voor die invoer.

De VS, tegenwoordig een van ’s werelds grootste energieproducenten en een belangrijke exporteur, voelt de pijn anders.

Hogere grondstoffenprijzen vergroten de exportinkomsten daar, terwijl ze de externe rekeningen van Europa onder druk zetten.

Die divergentie verschijnt snel op de valutamarkt. Barclays schat dat een olieprijsstijging van 10% de dollar doorgaans met 0.5% tot 1% doet stijgen tegenover belangrijke peers.

Een vergelijkbare sprong in gasprijzen kan ongeveer 0.25% van de euro afschaven.

Dit keer speelt het patroon zich bijna volgens het script af.

De olie is sinds het oplaaien van spanningen in het Midden-Oosten met meer dan 15% gestegen, terwijl de Europese benchmark voor gas kortstondig verdubbelde.

De euro is inmiddels al ongeveer 2% gedaald ten opzichte van de dollar.

Voor handelaren is de logica simpel: wanneer energie duur wordt, krimpt Europa’s handelsoverschot — en past de euro zich aan.

De handelsbalans die de euro ooit beschermde

Gedurende een groot deel van zijn geschiedenis werd de euro gesteund door een krachtig structureel voordeel — een aanhoudend lopend-ecountoverschot opgebouwd uit export van auto’s, machines en industriële goederen.

Zelfs tijdens perioden van financiële onrust zorgde Europa’s exportmachine voor een natuurlijke vraag naar euro’s.

Energieschokken ondermijnen die buffer. Tijdens de crisis van 2022 na de Russische inval in Oekraïne explodeerden de gasprijzen, verdween het handelsoverschot en daalde de euro voor het eerst in twee decennia onder pariteit met de dollar.

De huidige situatie is minder ernstig, maar het mechanisme is hetzelfde. Stijgende olie- en gaskosten blazen Europa’s importfactuur op en leiden inkomen naar het buitenland.

George Saravelos van Deutsche Bank noemt het een “belasting” op Europese economieën — een belasting die in dollars aan buitenlandse energieproducenten betaald moet worden.

Daarom reageren FX-markten zo snel wanneer energieprijzen pieken. Handelaren weten dat de handelsbalans zal volgen.

Het dilemma van de ECB

De meest recente energieschok plaatst de Europese Centrale Bank in een ongemakkelijke positie.

Rentezetters bestrijden inflatie doorgaans door het beleid te verkrappen, maar energiegedreven prijsstijgingen gedragen zich niet als vraaggestuurde inflatie. Ze duwen de consumentenprijzen omhoog terwijl ze de groei afremmen.

De eurozone staat opnieuw voor die lastige combinatie — inflatiedruk zonder echte dynamiek.

Markten hebben hun verwachtingen snel verlegd over hoe lang de ECB de rentes kan vasthouden, en beleidsmakers blijken weer prijsstabiliteit te moeten verdedigen met één hand gebonden.

Nog maar enkele weken geleden verwachtten handelaren renteverlagingen later dit jaar. De futuresmarkten rekenen nu de mogelijkheid van een renteverhoging al zo vroeg als in juli in.

Het ongemakkelijke evenwicht van de ECB

Toch lossen hogere rentevoeten het onderliggende probleem mogelijk niet op.

De Europese Centrale Bank verwacht dat de eurozone-economie dit jaar met ongeveer 1.2% zal groeien, een prognose gebaseerd op sterkere huishoudbestedingen en soepelere financieringsvoorwaarden. Stijgende energiekosten bedreigen beide.

Zoals Bloomberg Opinion-columnist Marcus Ashworth onlangs opmerkte, zou verkrappend beleid de euro uiteindelijk eerder kunnen ondermijnen dan steunen.

Hogere financieringskosten lopen het risico de groeivertraging te verdiepen zonder het inflatieschok door energieprijzen te compenseren.

Dat brengt beleidsmakers in een spagaat tussen marktverwachtingen en een kwetsbaar herstel.

Beleggers willen dat de ECB reageert op de stijgende inflatie, maar de economie is mogelijk niet sterk genoeg om nog een klap te absorberen.

Waarom de dollar blijft winnen

De andere aanhoudende rem op de euro is de niet-aflatende wereldwijde vraag naar dollars zodra de onzekerheid toeneemt.

De greenback blijft de dominante reserve- en financieringsvaluta, en beleggers zoeken doorgaans toevlucht in dollaractiva tijdens geopolitieke of marktspanningen.

De energiemarkten versterken die voorkeur. Olie en gas worden nog steeds in dollars verhandeld, dus wanneer de prijzen stijgen, groeit ook de wereldwijde vraag naar de valuta.

De financieringsmarkten laten de spanning zien: de vraag naar dollarliquiditeit via cross-currency swaps is opgeschoven nu buitenlandse instellingen zich haasten toegang veilig te stellen.

Zelfs wanneer Amerikaanse aandelen of Treasuries wankelen, houden beleggers doorgaans hun dollarblootstelling aan. Analisten van Société Générale merkten recent op dat markten zich in het huidige klimaat veel comfortabeler voelen met de dollar dan met de euro.

De geopolitieke nabijheid versterkt die voorkeur alleen maar.

Europa ligt dichter bij de meest recente conflictzone en is gevoeliger voor de economische nasleep, terwijl de VS relatief geïsoleerd lijken. Valutahandelaren hebben daarop gereageerd.

De prijs van energieafhankelijkheid

Onder de dagelijkse marktbewegingen schuilt een dieper structureel probleem. Europa blijft een van de grootste energieimporteurs ter wereld.

De binnenlandse productie is over decennia afgenomen, de transitie naar hernieuwbare energie gaat langzaam en de kernenergieproductie is in meerdere belangrijke economieën gedaald.

Die combinatie maakt de regio zeer gevoelig voor energiekosten.

Energie-intensieve sectoren — van chemie tot staal — zijn kwetsbaar voor pieken in gas- en elektriciteitsprijzen, die marges aantasten en de productie knellen.

Voor beleggers vertaalt die kwetsbaarheid zich snel naar de valutamarkten.

Energieschokken vertroebelen het groeiperspectief van Europa sneller dan dat van andere grote economieën, waardoor de euro een realtime graadmeter wordt van energiestress.

Waar letten handelaren op?

Valutadesks zijn nu gefixeerd op verschillende indicatoren die vaak grote bewegingen in de euro voorafgaan.

De Europese aardgasprijzen blijven sinds de crisis van 2022 een leidende indicator; scherpe stijgingen duiden vaak op verkrapping in de industriële productie en hogere stroomkosten.

Olieprijzen zijn even bepalend.

Analisten schatten dat een sprong van 10% in Brent-olie de euro met ongeveer 0.8% tegenover de dollar kan verzwakken.

Voorraadniveaus in heel Europa zijn een andere sleutelvariabele — lage gasvoorraden richting de winter verhogen het risico op een nieuwe piek, die snel doorwerkt in FX-verwachtingen.

Vooralsnog schommelt de euro rond $1.15.

Sommige strategen verwachten dat hij stabiliseert als de energieprijzen afnemen en de spanningen in het Midden-Oosten niet escaleren.

Anderen waarschuwen voor verdere zwakte richting het $1.10–$1.12-bereik als olie hoog blijft en de gasmarkten opnieuw aantrekken.

Valutamarkten reageren zelden op één factor alleen — maar wanneer energie duur wordt, vertelt de euro meestal als eerste het verhaal.