Olieprijzen herstellen zich: wat drijft de rally en wat staat beleggers te wachten?

Olieprijzen herstellen zich: wat drijft de rally en wat staat beleggers te wachten?
Dionysis Partsinevelos
23 apr 2025, 14:08 P.M.
  • Nieuwe Amerikaanse sancties tegen Iran en een onverwachte daling van de ruwe olievoorraden drijven de olieprijzen op.
  • China schakelt over van Amerikaanse naar Canadese olie, waardoor de wereldwijde energiestromen worden herschikt.
  • De vooruitzichten voor de olieprijs worden gedrukt door de langetermijnrisico's van zwakke groei en een onzeker handelsbeleid.

De olieprijzen zijn weer gestegen, met meer dan 3% in slechts een paar dagen. Ruwe olie steeg begin 2025 tot $80, voordat de prijs een paar dagen geleden met 25% daalde tot onder de $60 per vat.

Grafieken geven niet het volledige beeld, want de olieprijzen zijn zelden zo volatiel. Het verhaal is meer dan alleen vraag en aanbod.

Groeiprognoses veranderen, sancties worden opgelegd en grote landen herzien hun importstrategieën dankzij het onzekere tariefbeleid van de Amerikaanse president.

Hierop moeten beleggers letten om te begrijpen waar de olieprijs naartoe gaat.

Zijn de sancties tegen Iran het hele verhaal?

De meest directe aanjager van de recente stijging van de olieprijs is een nieuwe ronde Amerikaanse sancties gericht tegen de Iraanse olie-export.

Op 22 april legden de VS sancties op aan Seyed Asadoollah Emamjomeh en zijn scheepvaartnetwerk, die ervan worden beschuldigd honderden miljoenen dollars aan Iraanse ruwe olie en LPG te hebben vervoerd. Dit verhoogt de druk op Teheran, aangezien de nucleaire gesprekken met Washington lijken te stagneren.

De markten namen dit serieus. Brent-olie steeg naar $68,39 per vat, terwijl WTI $64,64 bereikte, beide meer dan 3% hoger dan eerder in de week. Handelaren bereiden zich nu voor op de mogelijkheid dat de Iraanse olie-export, die de afgelopen jaren al sterk was gedaald, nog verder richting nul zou kunnen worden gedrukt.

Dit risico is aanzienlijk. Iran exporteert doorgaans ongeveer 1,2 tot 1,5 miljoen vaten per dag wanneer de beperkingen worden versoepeld. Een daling naar nul zou het wereldwijde aanbod-vraag-evenwicht op een al gevoelige markt verder onder druk zetten.

Maar tot nu toe is dit nog steeds een kortetermijnprijschok. Wat er nu toe doet, is of de VS de sancties verder opschroeft en of Teheran nieuwe manieren vindt om ze te omzeilen.

De ommekeer van China schudt de markt op.

Terwijl de VS Iran afsnijdt, tekent China zijn eigen energiekaart opnieuw. De afgelopen weken hebben Chinese raffinaderijen de import van Amerikaanse ruwe olie met ongeveer 90% teruggebracht, van 29 miljoen vaten per maand naar slechts 3 miljoen.

In plaats daarvan wenden ze zich tot Canada en importeerden ze in maart een recordhoeveelheid van 7,3 miljoen vaten via de Trans Mountain-pijpleiding.

Naast politieke overwegingen is deze stap ook praktisch. Canadese olie is goedkoper dan veel soorten olie uit het Midden-Oosten en voldoet aan de technische eisen van Chinese raffinaderijen. De uitbreiding van de TMX-pijpleiding, die minder dan een jaar geleden werd voltooid, gaf Canada directe toegang tot Azië via de Pacifische kust.

Deze verschuiving heeft twee gevolgen. Ten eerste laat het zien hoe infrastructuur zoals TMX handelsstromen snel kan veranderen.

Ten tweede bewijst het dat China afstapt van de afhankelijkheid van één enkele leverancier. Dat maakt de oliehandel minder voorspelbaar en roept nieuwe vragen op over de invloed van de Amerikaanse beleidskeuzes op de wereldmarkt.

Zijn dalende Amerikaanse voorraden een positief signaal?

De Amerikaanse ruwe olievoorraden daalden vorige week met 4,6 miljoen vaten, volgens gegevens van het American Petroleum Institute. Dat is bijna zes keer zoveel als de gemiddelde prognose van analisten van 800.000 vaten. De daling verraste de markten en droeg bij aan de aanhoudende prijsstijging.

Het is nog niet duidelijk wat de oorzaak van de daling is. Het kan te wijten zijn aan een sterke vraag vanuit de raffinaderijen of een tijdelijke vertraging in de binnenlandse productie. Het kan ook betekenen dat de export is toegenomen, omdat buitenlandse kopers profiteren van de prijsverschillen. De FT meldt bijvoorbeeld dat luchtvaartmaatschappijen zoals Ryanair al profiteren van de recente daling van de olieprijzen om voorraden aan te leggen voor toekomstige behoeften.

Maar in ieder geval versterkt het het idee dat het aanbod, althans voorlopig, krapper wordt.

De Energy Information Administration (EIA) zal binnenkort de officiële voorraadgegevens bevestigen, en handelaren zullen dit nauwlettend volgen. Als de trend aanhoudt, kan dit wijzen op een fundamentelere ondersteuning van de olieprijzen, in plaats van alleen geopolitieke reacties.

Is de vraag echt in gevaar of reageren de markten overdreven?

Hier wordt het ingewikkelder. Ondanks de stijgende prijzen deze week, nemen de bredere zorgen over de vraag toe.

Terwijl China zijn import diversifieert, gaat Japan de tegenovergestelde richting op. De import van ruwe olie in Japan is structureel aan het dalen, gedreven door een zwakke binnenlandse vraag, een vergrijzende bevolking en een verschuiving naar koolstofarme brandstoffen.

Het Internationaal Monetair Fonds heeft zijn prognose voor de wereldwijde groei opnieuw verlaagd. Amerikaanse tarieven drukken op de wereldhandel. De Chinese economie vertraagt en Europa blijft onder druk staan.

Zelfs het Russische ministerie van Economische Zaken verlaagde zijn Brent-olieprijsvoorspelling voor 2025 met 17%. Dat is een opvallende uitspraak van een belangrijke olie-exporteur.

Bovendien heeft president Trump de Federal Reserve onder druk gezet om de rente te verlagen, terwijl hij tegelijkertijd suggereerde dat hij de tarieven op Chinese goederen zou kunnen verlagen. Minister van Financiën Scott Bessent zegt te verwachten dat de handelsspanningen met China uiteindelijk zullen afnemen, maar geeft toe dat de onderhandelingen nog niet zijn begonnen en tijd zullen kosten.

Kortom: als de wereldwijde vraag afneemt, kan geen enkele aanbodbeperking de prijzen langdurig hoog houden. Olie is niet zomaar een grondstof; het is een macro-actief. En beleggers houden rekening met een wereld met minder economische dynamiek.

Waar moeten beleggers echt op letten?

Kortetermijnprijsbewegingen worden gedreven door headlines, maar slimme beleggers moeten zich richten op signalen, niet op ruis.

Een duidelijk signaal is dat de geopolitieke risico's weer toenemen. Sancties tegen Iran, onzekerheid in het Midden-Oosten en een wereldwijde verandering in energieallianties wijzen allemaal op een minder stabiel aanbodperspectief. Maar het aanbod is niet het hele verhaal.

De krachtigere krachten komen mogelijk van de vraagzijde. De wereldwijde groei vertraagt en hoge energieprijzen kunnen op zichzelf al een rem zetten op de consumptie. Een top-vijf economie als Japan die minder olie verbruikt vanwege de bevolkingssamenstelling en de economische structuur, wijst op een trend die niet genegeerd kan worden.

De handelsdynamiek tussen de VS en China blijft onopgelost. Centrale banken aarzelen nog steeds om zich te committeren aan versoepeling. En als de aandelenmarkten weer vaart verliezen, kan de olieprijs volgen.

Op de achtergrond oefenen activistische beleggers zoals Elliott Management ook druk uit op oliereuzen als BP om af te zien van hernieuwbare energiebronnen en zich volledig te richten op olie en gas. Dat wijst erop dat kapitaal mogelijk weer terugkeert naar traditionele koolwaterstoffen. Een ander teken dat bedrijven op korte termijn voordelen zien in fossiele brandstoffen. Maar dit kan averechts werken als de vraag naar olie niet aanhoudt.

Beleggers die naar de olieprijzen kijken, moeten uitzoomen en vooruitkijken, niet alleen naar wat er gebeurt, maar ook naar wat er daarna zou kunnen gebeuren. Het risico is niet alleen volatiliteit. Het is om verrast te worden.