Waarom de Nobelprijs voor economie in 2025 een waarschuwing is voor de toekomst van de vooruitgang

  • Joel Mokyr liet zien hoe de Industriële Verlichting groei mogelijk maakte door ideeën en openheid.
  • Philippe Aghion en Peter Howitt legden uit hoe creatieve destructie economieën vooruit houdt.
  • De prijs herinnert ons eraan dat innovatie, competitie en geloof in vooruitgang de welvaart in stand houden.

De Nobelprijs voor de Economische Wetenschappen 2025 deed meer dan drie briljante denkers vieren. Het was een subtiele alarmbel over hoe innovatie plaatsvindt, waarom het vertraagt en wat samenlevingen verliezen als ze niet meer in vooruitgang geloven.

Joel Mokyr, Philippe Aghion en Peter Howitt waren de gezamenlijke winnaars, en ze komen allemaal uit heel verschillende hoeken van de economie. Samen legden ze uit hoe de moderne wereld begon te groeien en wat ervoor zorgt dat deze niet tot stilstand komt.

Hun ideeën vertellen één verhaal over innovatie, concurrentie en de fragiele cultuur die groei mogelijk maakt.

Hoe groei mogelijk werd

Gedurende bijna de hele menselijke geschiedenis bewogen economieën nauwelijks. Kleine verbeteringen in gereedschappen of landbouw werden teniet gedaan door bevolkingsgroei en oorlog. Joel Mokyr, de economisch historicus aan de Northwestern University, heeft zich een leven lang afgevraagd waarom de industriële revolutie dit patroon doorbrak. Zijn antwoord is niet steenkool of verovering, maar ideeën.

Uit het onderzoek van Mokyr blijkt dat het achttiende-eeuwse Groot-Brittannië een unieke lus creëerde tussen wetenschap en praktijk. Wetenschappers ontdekten waarom dingen werkten. Ambachtslieden en ingenieurs ontdekten hoe ze beter konden werken. Kennis werd cumulatief.

Deze verbinding tussen 'hoofden en handen', zoals Mokyr het noemt, veroorzaakte de eerste aanhoudende stijging van de levensstandaard in de geschiedenis.

Hij noemt deze periode een 'industriële verlichting'. Wetenschappelijke verenigingen, drukpersen en een cultuur van open debat zorgen ervoor dat informatie zich sneller dan ooit verspreidt. Bekwame ambachtslieden, die het "menselijk kapitaal van de bovengrond" zijn tussen elitewetenschappers en gewone arbeiders, vormden de brug.

Ze konden lezen, knutselen en theorie in machines veranderen. Het was niet de rijkdom of het imperium dat Groot-Brittannië anders maakte, maar een cultuur die vallen en opstaan en ontwrichting accepteerde. Het punt van Mokyr is eenvoudig en verontrustend: vooruitgang is zeldzaam en kan stoppen als die cultuur vervaagt.

De motor die de groei levend houdt

Philippe Aghion en Peter Howitt legden uit wat er gebeurt na het opstijgen. Hun theorie, bekend als Schumpeteriaanse groei, beschrijft hoe economieën vooruit blijven gaan zodra innovatie begint.

In hun paper uit 1992 Een model van groei door creatieve vernietiging, toonden ze aan dat nieuwe technologieën niet alleen iets toevoegen aan oude. Ze vervangen ze.

In hun model vernietigt elke innovatie een deel van de oude economie. Bedrijven investeren in onderzoek om tijdelijke leiders te worden, wetende dat de volgende ontdekking hen snel achterhaald zal maken. De groei verloopt niet soepel. Het hangt af van een constante omzet van bedrijven en ideeën.

Dat proces wordt creatieve destructie genoemd en het zorgt voor zowel productiviteit als pijn. Werknemers verliezen banen. Oude industrieën verdwijnen. Maar zonder deze churn stopt de groei.

Later werk van Aghion en zijn co-auteurs ontdekte dat de relatie tussen concurrentie en innovatie een omgekeerde U-vorm volgt. Wanneer markten te geconcentreerd zijn, voelen bedrijven geen bedreiging en stoppen ze met innoveren. Wanneer de concurrentie moordend is, verdwijnen de winsten en vertraagt het onderzoek.

Innovatie bereikt uiteindelijk een hoogtepunt wanneer bedrijven 'nek aan nek' racen om tijdelijke dominantie. Dat idee bepaalt nu hoe economen denken over regelgeving, antitrust en industriebeleid.

Empirische studies hebben veel van deze theorie ondersteund. Gegevens over de in- en uittreding van bedrijven uit de Verenigde Staten, het VK en Oost-Europa laten zien dat de productiviteit het snelst groeit wanneer middelen verschuiven van oude naar nieuwe bedrijven.

Deze herverdeling is hoe creatieve destructie eruit ziet in de echte wereld.

Innovatie gaat nooit vanzelf

Het Nobelcomité heeft de prijs van 2025 ingekaderd als een verhaal over hoe technologische vooruitgang de welvaart in stand houdt. En de boodschap komt op het juiste moment.

In het Westen is de productiviteitsgroei vertraagd, terwijl de scepsis ten opzichte van technologie en wereldhandel is toegenomen. Mokyr, Aghion en Howitt herinneren ons eraan dat innovatie geen natuurlijke staat is. Het hangt af van competitie, openheid en vertrouwen in vooruitgang.

Herverdeling is uiterst belangrijk. Economische groei is niet alleen het ontdekken van nieuwe ideeën, maar ook het vermogen van een economie om mensen en kapitaal te verplaatsen naar degenen die ze kunnen gebruiken.

De Verenigde Staten hebben de neiging dit beter te doen dan Europa, omdat de arbeids- en productmarkten flexibeler zijn. In feite is er de afgelopen 17 jaar een kloof van 11 biljoen dollar ontstaan tussen de VS en Europa.

Maar zelfs daar is de dynamiek van het bedrijfsleven al twee decennia afgenomen. Het risico is dat samenlevingen blijven uitvinden, maar het vermogen om zich aan te passen verliezen.

Kevin Bryan, een oud-student van Mokyr, ziet de prijs als de bekroning van zeventig jaar werken aan groei. Van de ontdekking van Solow in 1957 dat de meeste groei voortkwam uit een mysterieus 'residu' tot de moderne endogene groeitheorie, hebben economen geprobeerd uit te leggen wat dat residu werkelijk is.

Voor Aghion en Howitt is het concurrentie en stimulansen. Voor Mokyr is het cultuur en kennis. De combinatie is wat de welvaart in stand houdt.

Waarom de keuze van de commissie er nu toe doet

Niet iedereen in het veld was het eens met de beslissing, omdat de culturele verklaringen van Mokyr moeilijk te testen zijn. Ze breken met de recente trend van Nobelprijzen die data-zwaar, empirisch werk belonen. De commissie heeft mogelijk een verklaring afgelegd buiten de academische wereld.

In de Verenigde Staten en Europa is de publieke houding ten opzichte van vooruitgang verduisterd. Sommigen roepen op tot 'degrowth'. Anderen zijn bang voor kunstmatige intelligentie of verwerpen nieuwe technologieën ronduit.

De Nobelprijs herinnert ons eraan dat de opkomst van het Westen was gebaseerd op vertrouwen in wetenschap en uitvindingen. Het verliezen van dat vertrouwen kan net zo schadelijk zijn als elke beleidsfout.

Anton Howes, een historicus die nauw heeft samengewerkt met Mokyr, ziet de prijs als een overwinning voor de economische geschiedenis zelf. In een beroep dat wordt gedomineerd door regressietabellen en identificatiestrategieën, bewijst het succes van Mokyr dat verhalend werk nog steeds van gedachten kan veranderen.

Zijn boeken zijn geschreven voor lezers buiten de academische wereld, maar geworteld in economische logica. Ze maken de geschiedenis van ideeën weer leesbaar.

De les achter de medaille

De Nobelprijs voor de Economie van 2025 ging niet alleen over theorieën uit het verleden, maar ook over de voorwaarden die toekomstige groei mogelijk maken.

Mokyr liet zien hoe samenlevingen ooit leerden geloven in vooruitgang. Aghion en Howitt lieten zien wat dat geloof productief houdt. Samen beschrijven ze een systeem dat krachtig is, zij het fragiel.

Wanneer de concurrentie vervaagt, wanneer kennis wordt opgepot, wanneer samenlevingen bang zijn voor verandering, verzwakt de 'cultuur van groei'. De wereld die begon in de werkplaatsen van het achttiende-eeuwse Groot-Brittannië is niet toevallig ontstaan. Het is gebouwd op een reeks ideeën die elke generatie moeten worden vernieuwd.

De boodschap van het Nobelcomité kan niet duidelijker zijn: vooruitgang is niet gegarandeerd, en erin geloven is misschien wel de belangrijkste innovatie van allemaal.